Code oranje: weidevogels in de knel!

Het unieke van natuurgebied Oudorperhout is dat het, gelegen binnen de Alkmaarse stadsgrenzen, een kraamkamer voor weidevogels is. Hoeveel kuikens hebben in 2019 het vlieg-vlugge stadium bereikt en zijn sterk en vaardig genoeg geworden om op eigen poten te staan en op de wieken te gaan? Is dat getal een maat voor broedsucces?

We vragen het Hans Mannes, weidevogelspecialist en al jaren betrokken bij de Oudorperhout. “Weidevogels kun je alléén behouden als er voldoende verjonging plaatsvindt”, stelt Hans. “Dat is helaas hier niet het geval”.

Het tellen van broedparen

Het tellen van de broedparen in de Oudorperhout is gebaseerd op het z.g. monitoren. Dit gebeurt met een verrekijker vanaf de paden om de broedende vogels niet te verstoren. Daar waar in de loop van het broedseizoen het gras te hoog staat, wordt geteld op geleide van het waarnemen en interpreteren van alarmgedrag van vogels.


Het aantal broedparen bedroeg in 2019: 15 kievit-, 8 grutto-, 3 tureluur- en 2 scholeksterparen. In totaal dus 28 weidevogel-broedparen.

Getelde kuikens die kunnen vliegen en zichzelf kunnen redden: kievit: 6, grutto: 4, tureluur: 2 en scholekster: 2. In totaal dus 14 kuikens.

Is dit genoeg om weidevogels te behouden?

“Neen”, zegt Hans Mannes. “Gebaseerd op de norm van de Stichting Ornithologisch Veld Onderzoek Nederland zijn er tussen de 0.8 en 1 vlieg-vlugge kuikens per broedpaar nodig voor een duurzame populatie weidevogels. Voor de noodzakelijke verjonging dus. In het afgelopen broedseizoen hadden er in plaats van 14 kuikens minimaal 23 vlieg-vlug moeten worden. Sinds 2011 is de afname van grutto en kievit bijna 28%!”

Wat moet er gebeuren?

Onvoldoende broedsucces hangt af van meerdere factoren. De predatie (het opeten van eieren en kuikens door bijv. kraaien en meeuwen) is een belangrijk aspect. Maar de invloed van mensen hierop is gering. Aan tekort voedsel kunnen we wél iets doen. Het is namelijk te droog in de Oudorperhout. Er ontstaat geen kruidenrijk grasland. Een tekort aan insecten, noodzakelijk om de eerste levensweken door te komen, is het gevolg. Kuikens verhongeren of verzwakken en worden een gemakkelijke prooi voor roofdieren en –vogels. Een hoger waterpeil is ook cruciaal om het bodemleven, zoals wormen, bereikbaar te maken voor de weidevogels. Er is al een plan: het vernatten van een klein deel van de Oudorperhout in het broedseizoen. Stichting Oudorperhout is nog steeds in gesprek met de gemeente Alkmaar, eigenaar van het gebied, om de waterpeilverhoging gedurende 4-5 maanden/jaar te realiseren en zo de afname van het aantal weidevogels te stoppen.