Floris in Oudorp


Interview: Henny Boels

Fotografie: Paul van Berkum

Floris

Wie Floris zegt in Oudorp, zegt: ”fietsenzaak”. Ik ga op bezoek bij Gerard Floris, de vader van de huidige eigenaren van de fietsenzaak Anko en Michel Floris. Ik word hartelijk verwelkomd door een wat oudere, jong ogende man in spijkerjack. Zijn vrouw Alie wacht mij in de woonkamer op. We startten ons gesprek over Corona. Gerard: “Onze zonen hebben de ziekte gehad en gelukkig hebben ze ons niet besmet”. Dat had zomaar gekund, want hun contact is intensief. Zowat dagelijks ontbijten, lunchen en drinken ze gezamenlijk koffie. De fietsenzaak grenst immers aan het woonhuis van de ouders. Gerard over Corona: “Ik ga ervanuit dat het vaccin ons beschermd heeft en dat wij niet ziek zijn geworden.”

Gerard en voetbal

In 1967 heeft Gerard de fietsenzaak aan de Herenweg overgenomen van de familie Jonker. Hij woonde met zijn vrouw Alie in Hensbroek. Toen in 1972 de familie Jonker het woonhuis naast de fietsenzaak verliet zijn Gerard en Alie in het huis getrokken. Gerard: “In dat jaar ben ik bij Kolping Boys gegaan. Als bestuurslid. Ik was actief bij de voetbalclub Apollo in Hensbroek. Ik heb tot mijn veertigste gevoetbald”. Alie vult aan: ”En nog steeds is hij gek van voetbal. Hij wil alles zien. Gelukkig hebben wij nu een Tablet waarop hij voetbal kan kijken. Kan ik op tv een ander gezellig programma zien.” Gerard voegt nog toe dat hij ook scheidsrechter is geweest. En dat hij actief was in de Alkmaarse Sportraad, een overkoepelend sportorgaan waarin hij in de afdeling voetbal zat. Gerard: “Ik ben nog altijd actief in de schoonmaakploeg van Kolping Boys. Zodra het weer vanwege de Corona kan ben ik present. Ja, dat doe je als je Erelid van deze club bent”

Geschiedenis Gerard (1941)

Gerard: “Als twaalfjarige kreeg ik tbc. Ik moest naar een sanatorium en ben daar wel twee jaar gebleven. Zonder naar school te gaan. Toen ik terugkwam in de Goorn wilde ik niet meer bij die jonkies op school zitten. Mijn vader, die zelf een smederij had, heeft gezorgd dat ik als veertienjarige bij de voorloper van AGU kwam te werken. Een groothandel in fietsen. Daar ben ik op zesentwintigjarige leeftijd weg gegaan om in Oudorp voor mezelf te beginnen” Hij vervolgt: “Er is niet mooiers dat eigen baas zijn en zelf je regels te bepalen”. Alie stond voornamelijk in de winkel. Zij hielp daar de klanten en Gerard deed de reparaties. Het was hard werken. Gerard: “Je wilt je klanten van dienst zijn. Dus ik ging ’s avonds nog wel eens weer aan de slag of ik stond in de ochtend om zes uur op om nog wat klussen af te maken.”

Zonen

Gerard: “Tot 2002 deden Alie en ik samen de winkel. In 2002 kwam Anko ook in de zaak en toen ik in 2007 met pensioen ging, hebben Michel en Anko de zaak overgenomen.” Door het intensief contact met de zonen blijven Alie en Gerard op de hoogte van het reilen en zeilen in de winkel. Hun derde zoon Leon zit in een geheel andere branche: de ICT. Alie: “Gelukkig wonen onze kinderen in de buurt. Dat is wel heel fijn. We hebben vijf kleinkinderen die we daardoor ook regelmatig zien”. De zonen zijn net als hun vader besmet met het voetbalvirus.

Onderscheidingen

Vol trots laat Gerard mij zijn onderscheidingen voor al het vrijwilligerswerk zien. In 2009 geridderd in de Orde van Oranje Nassau. Hij heeft een gouden speld van de KNVB ontvangen. Naast zijn vele werk voor de voetbal is hij ook nog negenentwintig jaar actief geweest bij de Oudorper vrijwillige brandweer, die nu is opgegaan in Alkmaar. Alie: “Dat was ook een heel gezellige tijd, omdat we een intensief verenigingsleven hadden met een eigen sociëteit waar er vele gezellige avonden werden georganiseerd.” Gerard: “Dat vele vrijwilligerswerk doe ik niet meer. Ben nog wel actief binnen Kolping Boys, maar nu richt ik mij samen met Alie op mijn andere hobby: legpuzzels maken. Het vraagt concentratie en het zorgt ervoor dat je je zinnen verzet.”