Trijntje, op De Terp

Marja's column

Als ik aan haar denk, kan ik haar lach weer horen en zie ik haar stralende gezicht weer voor me; mijn wijze, grijze buurvrouw Trijntje Muller. Geboren in 1895 op de Koningsweg in Alkmaar, als dochter van een melkboer. Haar vader ging lopend met een hondenkar de Schermer in, om melk te halen bij de boeren. Moeder overleed toen ze 15 jaar oud was. Trijntje moest het huis uit en kreeg een ‘dienstje’ bij een rijke Alkmaarse familie. Liever had ze doorgeleerd, maar ook haar inkomsten waren nodig in het gezin. Ze kreeg de zorg over het linnengoed; eindeloze stapels linnengoed werden door haar gewassen, gesteven, gestreken en ook versteld. Nijvere handen kreeg ze. Geluk in de liefde was er ook, maar duurde niet lang. Haar verloofde stierf aan tuberculose, een ziekte die in die tijd nog vaak voor kwam. Zakelijk gezien had ze meer geluk. In 1953 kon ze, 58 jaar oud, een goedlopende antiek- en koperwinkel uit de Spoorstraat overnemen. Haar winkel was niet te missen.

Westfries Koperhuis stond er met zwierige witte letters op de ramen geschilderd. Aan de gevel hingen vrolijk wapperende vlaggen en glanzend geel-koperen potten, met kleurige petunia’s en rode geraniums. Als de bezoekers de deur naar de winkel binnenstapten, maakte een klingelende gong hun entree bekend. Eenmaal binnen werden ze overweldigd door de enorme hoeveelheid koopwaar die stond uitgestald op kleine tafeltjes, op brede planken aan de muur, en in kasten met wijd openstaande deuren. Waar je ook keek, overal glansde het rode- en gele koperwerk. En als je naar de handen van Trijntje keek, snapte je meteen waar al die glans vandaan kwam. Elke dag zat ze wel aan het tafeltje in haar kleine keuken een deel van de koopwaar te poetsen. Nijvere handen….. Ook stond er een prachtig antieke houten speeldoos, de voorloper van de platenspeler. Bij die speeldoos hoorden grote platte loden platen met gaatjes er in. En als die speeldoos speelde, vulde de winkel zich met een warm vrolijk klingelend geluid uit een ver verleden. Háár verleden. Trijntje genoot er van! Rond 1975 (ze was ondertussen 90 geworden) vond Trijntje het hoog tijd om eens met pensioen te gaan. En de buren, die bleven haar met graagte bezoeken, in die gezellige zonnige achterkamer. Trijntje ligt op de begraafplaats van De Terp, en ieder jaar weer, plant ik rode geraniums op haar ‘laatste plekje’.