DE REÜNIE

Vooruitkijken naar geschiedenis is terugkijken naar de toekomst. Twee onmogelijke combinaties van woorden. Zoals een vierkante cirkel. Toch zijn ze soms van toepassing.


Dit jaar bestaat mijn voormalige middelbare school vijftig jaar. Aangezien ik vijftig jaar geleden eersteklasser was moest ons schooljaar de aanleiding voor de oprichting geweest zijn. Nooit geweten, maar plotseling waren wij gepromoveerd tot de wegbereider voor alles na ons.


Het lustrum werd gevierd. Alle leerlingen waren uitgenodigd. Daar mocht ik als een van de voorlopers op de studentencultuur niet bij ontbreken natuurlijk. De anekdotes over de vrijgevochten bende waardoor wij naar het eindexamen strompelden en het aards nirvana waarop wij een voorschot namen mochten niet ontbreken en dus schreef ik me in.


Voorafgaand verheugde ik mij op het weerzien met kompanen uit die fantastische periode. Het ophalen van herinneringen en de aanstaande ontmoetingen kleurden mijn verwachtingen. Het idee om nog eens te mijmeren over mijn eerste liefdes en de anarchie binnen de door ons gecreëerde vrijstaat, lonkten. Zwelgend in nostalgische gevoelens brak de dag van herbeleving van een belangrijk deel van mijn verleden aan. Alles werd uitvergroot door mijn acht jaar durende schooltijd in meerdere groepen en opleidingen en mijn vooraanstaande positie dankzij mijn langdurige verkering met de dochter van de rector.


Groot was mijn teleurstelling toen ik slechts twee voormalige klasgenoten trof en verassend waren de vele onbekenden die mij aanklampten. Als saxofonist van een, dankzij de latere drummer van het Metropole-Orkest en de toekomstige filosoof des vaderlands, legendarische schoolband had ook ik indruk gemaakt. Vooral ons succesnummer “In a gadda da vida”, tot vervelends toe gespeeld tijdens pauzes, was in hun geheugen blijven hangen.


Door de huidige uitstraling, de keuzemogelijkheden en de internationale oriëntatie van de school, stelde ik mij voor dat dit alles besloten lag in de tijd dat ik door haar gangen gelopen had. Dit besef werd versterkt door een gesprek met mijn toenmalige leraar Nederlands. “Lees eens een gedicht en weet dat je ze zelf kan schrijven” had hij gezegd. Dat heb ik gedaan met mijn huidige hobby als gevolg. “Onbewust vormde ik dus onderdeel van jouw toekomst” zei hij nu.

“Dat is zo. Deze hele omgeving, de herinneringen en wat er van ons geworden is vormt het antwoord op de toenmalige vraag naar wat het leven ons ging bieden. Mooi en treurig tegelijk, want zo’n reünie dient vooral het verlangen naar vroeger, naar een toekomst,” dacht ik.


Leen