De meeuw

De relatie tussen mens en natuur is complex; aan de ene kant zijn wij afhankelijk, anderzijds zetten wij het naar onze hand. Wij laten ons leiden door nut en noodzaak maar ook door emoties. Over nut en noodzaak lopen de ideeën nogal uiteen dus daar ga ik het niet over hebben. Emoties daarentegen kennen wij allemaal. Het succes van ‘Beleef de lente’ spreekt boekdelen; geboeid door het nestleven hebben miljoenen mensen zich ontpopt als voyeur en de ontwikkeling van het broedsel gevolgd; tegenslag of gevaar voedt de behoefte om in te grijpen maar ons rest enkel het machteloos medeleven.

Sinds kort ben ik huiswacht bij een natuurvriendenhuis van het NIVON (Nederlands Instituut voor Volksontwikkeling en Natuurvriendenwerk), waar zich in de actuele werkelijkheid een soortgelijk scenario ontrolde. Koud geïnstalleerd werd ik benaderd door een bezorgde gast. Zij meldde dat er een jonge meeuw rondscharrelde op het terrein, verlaten door ouders en waarschijnlijk gewond. De dierenambulance moest ogenblikkelijk worden ingeschakeld.

Nou kom ik uit een gezin waar dierenleven een prominente plaats innam; ik was zelfs lid van de jeugdnatuurwacht, weet dat de natuur moeilijk is te doorgronden en je in vertrouwen diens gang vooral met rust moet laten.

Ondanks mijn uitleg begonnen meer gasten in het huis zich te roeren en ik realiseerde mij dat zij het overlijden van de vogel niet konden dragen. Vandaar dat ik toch de dierenambulance belde, waar men mij uitlegde dat dit normaal gedrag was. De meeuw zou een dezer dagen gewoon wegvliegen. Niets aan de hand dus.

Hoewel deze boodschap de rust in het huis even deed weerkeren vertrouwde een enkeling het niet. Een dag later meldde zij mij dat zij de dierenambulance had gesommeerd de meeuw te redden waarop de ambulance inderdaad verscheen en meteen weer vertrok. Het te verwachten devies was niet voeden en ingrijpen want er was niets aan de hand met de meeuw.

De vogel stapte nog enkele dagen parmantig rond op het terrein waar de gasten leefden tussen hoop en wanhoop. Als huiswacht verspreidde ik de gedachte dat wij konden vertrouwen op de natuur.

Op een avond hoorde ik plots gejuich en applaus vanaf het terras. Nieuwsgierig haastte ik mij ernaar toe om opgetogen natuurvrienden te aanschouwen die de opvliegende meeuw nawuifden.

Zo zie je maar weer, natuur is vaak meer gebaat bij meebuigen dan ombuigen. Laat het een les zijn in tijden van klimaatverandering en afnemende biodiversiteit!

Leen