De spekkoek van Nancy de Jong-Lambregts


Tekst: Marcel van Deursen | Foto’s: fotostudio John Meijer en Erfgoed Alkmaar

Nancy de Jong-Lambregts | Stadsarcheoloog en coördinator Erfgoed van de gemeente Alkmaar

Voordat ik verslag doe eerst een voorbehoud; mijn gesprek met Nancy de Jong-Lambrechts stond bol van verhalen, de een nog boeiender dan de andere, waardoor het onmogelijk is alles op te nemen.

Nancy is een geboren verteller en haar enthousiasme is aanstekelijk. Haar werk is haar hobby zo lijkt het. Op jeugdige leeftijd raakte zij bevangen van het vak tijdens een bezoek aan een opgraving waar een archeoloog vertelde over een kasteel aldaar. Vanwege de beperkt beschikbare banen koos zij uit praktische overwegingen voor een opleiding als operatie-assistent. Uiteindelijk heeft zij op haar vierentwintigste alsnog de studie archeologie opgepakt.

Haar gedrevenheid is niet onopgemerkt gebleven want in april van dit jaar ontving zij de Oud Alkmaar Prijs 2025, uitgereikt door de Historische Vereniging Alkmaar.

De prijs symboliseert de waardering voor haar bijdrage aan het blootleggen van de geschiedenis van Alkmaar. In dat kader voerde zij samen met collega’s de opgraving aan de Nijenburgh uit, mogelijk gemaakt dankzij de aanleg van een waterberging. ‘Wij troffen duidelijke gelaagdheid aan, alsof het spekkoek was,’ vertelt Nancy.

Duinenlandschap

Een voordeel van wonen in onze streek is de nabijheid van de zee. Om er te komen doorkruisen we duinlandschap waarin droge en natte delen te vinden zijn. Precies dat is wat we ons moeten voorstellen bij een strandwal waarop bewoning in waterrijke omgevingen mogelijk was. Een rug van zand waarop mensen zich vestigden en dorpen als Oudorp zijn ontstaan. De strandwal onder onze voeten, nog steeds zichtbaar in het huidige landschap, is meer dan tweeduizend jaar voor christus gevormd. Door tot twee meter diepte te gaan heeft het team archeologie lagen ontdekt die zeer waarschijnlijk zijn ontstaan rond het jaar nul of misschien zelfs nog verder terug.

Koeiensporen en plantenresten

Weersomstandigheden kunnen per uur, per dag en gedurende perioden wisselen. ‘Droge en natte perioden volgen elkaar in de loop van de geschiedenis op,’ vertelt Nancy. ‘Tijdens droogte is er sprake van zandafzetting en tijdens vochtige ontstaan veenlagen die bestaan uit plantenresten.’

De zandlagen zijn te herkennen aan de lichte kleur, de veenlagen zijn bruin. Als gevolg van stormvloeden is in de twaalfde en dertiende eeuw alles afgedekt met een kleilaag, de grond waarop wij nu leven. ‘Op de droge delen in die lagen verbouwden mensen groenten en hielden er vee. Dit concluderen we onder andere uit gevonden koeiensporen uit de vroege middeleeuwen. De gewassen die er groeiden leiden we straks af uit archeobotanisch onderzoek van het veen,’ zegt Nancy. Omdat ook deze opgraving een einde kende maakte men gebruik van een zogenaamde pollenbak. Hiermee wordt een uitsnede van de lagen gemaakt ten behoeve van nader onderzoek. Dit wordt overigens uitgevoerd door Henk van Haaster, een Oudorper zo laat ik mij vertellen. Verder maakt men gebruik van foto’s en driedimensionale opnamen. Al met al kan zo worden afgeleid wat er in de omgeving werd verbouwd, wat ter plekke groeide en wanneer een plant is afgestorven.

Het dringt tot mij door dat archeologen een bodemuitsnede lezen als een boek. Niet alleen door middel van resten van gebruiksspullen maar ook aan de hand van bodemlagen maken zij een ware tijdreis door het verleden van Oudorp. Een bijzondere gedachte.

Dijken

‘Oudorp kent een bewogen verleden mede omdat het landschap iedere vijftig jaar veranderde,’ vervolgt Nancy haar verhaal. De aanleg van dijken bracht daar verandering in en doordat deze uiteindelijk aaneensloten ontstond de Westfriese Omringdijk. Sindsdien beheerste men de natuur en kon iedereen zelf bepalen waar te wonen en wat verbouwd kon worden. Iedereen tevreden zou ik denken maar daar kijken archeologen genuanceerd over. Het voordeel voor de een kan namelijk de bron van problemen voor de ander zijn; de waterbeheersing leidt mogelijk tot wateroverlast elders. Het is maar van welke kant je tegen een dijk aankijkt. Uiteraard wordt water tegengehouden maar het hoopt zich voor de dijk op…

Bijzondere opgravingen

‘Drie ervaringen hebben veel voor mij betekend,’ antwoordt Nancy op mijn vraag.

Zij vertelt over het blootleggen van de één meter dikke stadsmuur onder de Wagenweg en noemt dat een historische sensatie. Vlak bij het IJkgebouw is er een ronding op de weg te zien die te herkennen is aan de afwijkende kleur in het asfalt. Dit zijn de contouren van de befaamde Rode Toren die deel uitmaakte van de zestiende eeuwse vestingwerken.

Ook de vondsten bij een opgraving aan de Langestraat, volgens Nancy het Manhattan uit die tijd, zijn bijzonder. Het betrof het woonhuis van Maria Tesselschade, een multigetalenteerde vrouw uit de zeventiende eeuw. Zij was lid van de Muiderkring en stond bekend als dichteres, zangeres en glasgraveerster. In de beerput bij haar huis vonden Nancy en haar team veel glasscherven en een gouden ring met diamant. Glas kan in een beerput terecht komen bijvoorbeeld door breuk tijdens het graveerwerk, maar de verklaring voor de kostbare ring ligt minder voor de hand. ‘Allerlei theorieën zijn de revue gepasseerd maar uiteindelijk is er maar één logische verklaring voor te geven,’ stelt Nancy. ‘Vroeger at men met de handen want er was geen bestek. Daarbij zal de ring van de vinger geschoven zijn en tussen voedselresten terecht zijn gekomen.

Als laatste noemt Nancy de opbrengst van het geofysisch onderzoek aan het kasteel de Middelburg in de Oudorperpolder. Het veranderde de kijk op het kasteel; het bouwwerk bleek veel groter dan tot dan toe werd gedacht. Men vermoedt dat er ook een voorburcht geweest moet zijn. Het onderzoek heeft het nodige teweeg gebracht zoals het op de kaart zetten van de geschiedenis van de kastelen in Noord-Holland.

Uitspraken

Ons gesprek, waarvan ik -als gezegd- niet alles kan opnemen in dit artikel, siert Nancy met meerdere mooie uitspraken. Een opsomming:

‘Vondsten worden niet zelden een mythische betekenis toegekend, maar worden meestal het best verklaard vanuit praktische overwegingen.’

‘Erfgoed vormt een belangrijk visitekaartje waar we zuinig op moeten zijn.’

‘Geschiedenis geeft een plaats identiteit.’

‘Dichtbij een persoon kunnen komen en kunnen leren door vondsten uit die tijd is fascinerend.’

‘Geschiedenis wordt gedomineerd door het perspectief van winnaars, maar er zijn ook verliezers. Archeologie kan de geschiedenis herschrijven. Het toont de verhalen van iedereen ook van de armen.’

‘De grond spreekt de waarheid.’

‘Schilderen in vroeger tijd staat gelijk aan het photoshoppen van nu.’

Wat rest

Nancy heeft zich voor haar promotie-onderzoek verdiept in de geschiedenis van graaf Willem de Tweede van Holland en zijn zoon Floris de Vijfde. Vooral haar verhalen over de verbeten strijd met de Westfriezen en de ring van kastelen die Floris heeft gebouwd, spreken tot de verbeelding.

Haar toelichting over het leven van graaf Willem de Tweede van Holland en Rooms koning, zijn blijven hangen. Hij stond op de drempel om keizer over het Heilige Roomse Rijk te worden. Zijn macht strekte over grote delen van Europa maar niet over de Westfriezen. In een poging om die te verslaan, sneuvelde hij op jonge leeftijd vlakbij Hoogwoud.

Floris de Vijfde heeft zijn vader nooit gekend. Hij was slechts twee jaar toen zijn vader werd gedood. De verhalen over de Roomse koning hebben zijn leven getekend en vormden de brandstof voor zijn uiteindelijk gewonnen strijd tegen de Westfriezen.

Er valt nog veel meer te vertellen. Het werk van archeologen zoals Nancy opent een fascinerende wereld die velen van ons nauwelijks kennen terwijl ons huidige bestaan voortkomt uit en is gebouwd op de fundamenten van vroeger.