WINTERWEER

De winter viel eind 1962 al vroeg in; na een aantal ijsdagen was er op 5 december ook nog sprake van zeer dichte mist.

Sinterklaas bracht voor ieder kind in ons gezin een bivakmuts, handschoenen en een borstrok mee. Die konden wij direct gebruiken want een van de Pieten had in zijn enthousiasme om zich aan de achterdeur te melden, het glas eruit geslagen. Gezeten rond de Salamander, een kolenkachel, kreeg ik nog viltstiften en een kleurboek.

Na enkele rustige dagen met normale temperaturen sloeg de vorst opnieuw toe. In de loop van Tweede Kerstdag viel de eerste sneeuw van betekenis.

Op 18 januari werd de twaalfde Elfstedentocht verreden. De schaatsers vertrokken bij een temperatuur van 18 graden onder nul.

De vorst hield aan tot begin maart. De ijspegels aan onze dakgoot reikten als stalactieten bijna tot aan de grond. Sneeuwstormen volgden elkaar op en de voor vuilniswagens gemonteerde sneeuwschuivers, creëerden sneeuwbergen die qua hoogte de eerste verdieping van ons huis naderden. In mijn fantasie was het mogelijk om vanuit het slaapkamerraam van mijn ouders op de berg sneeuw te stappen.

Samen met buurtkinderen gleden we zo vaak naar beneden dat er een spiegelende ijsbaan ontstond waarop we als volleerde alpineskiërs naar beneden roetsten. Sinterklaas had een vooruitziende blik en zijn vermaledijde wollen cadeautjes kwamen goed van pas.

We lagen onder een dikke paardendekens die ons tot de volgende ochtend in bed fixeerden omdat ze zo zwaar waren.

Dankzij het enkelglas vertoonden de ruiten op onze kamers dikke ijsbloemen. Met onze adem trachtten we de bloemenpracht te ontdooien om een nieuw palet te laten ontstaan. Soms kon het meer dan 20 graden vriezen waardoor het wijwater in zijn bakje bevroor en wij onbeschermd de nacht in moesten.

Het duurde tot in maart voordat de dooi grip kreeg op ons leven en een einde maakte aan een onvergetelijke tijd. Mijn ouders hebben vast veel zorgen gekend maar voor ons stond het winterweer in het geheugen gegrift. Sindsdien vergelijk ik iedere winter met die fantastische periode. Half zo streng is al goed genoeg, maar deze eeuw is dat zelfs een teleurstellende en somber stemmende gedachte gebleken. Met uitzondering van enkele ijsdagen trakteert het winterweer ons slechts op natte en grijze periodes die al in december naar de lente doen verlangen.

En toch blijf ik hopen, ook dit jaar weer. Misschien wordt mijn wens dit jaar beloond, je weet het nooit.

Leen

Fotograaf: Onbekend / Collectie Regionaal Archief Alkmaar / RAA003010060.